Mobiel verpozen in de Lauwerse bossen
Ze zeiden dat het zou regenen, maar ze hadden het mis. Tijdens de wandelingen van W.C.de A.H.A. regent het nooit! Het miezert misschien eens een beetje, maar dat is het wel. Door de kale takken van de bomen in het Ballastplaatbos piepte de zon zelfs nog even.
De reis naar Lauwersoog is een exotische en brengt de reiziger langs kangoeroes, kazernes en klaverjashuisjes van het leger (zelf noemen ze het een oefendorp). We stapten uit bij de boswachterij, en de wind verwelkomde ons. De wandeling in het Lauwersmeergebied was een aaneenschakeling van korte wandelroutes, met inspirerende namen zoals de Konijnenroute, het Orchideeënpad en we bewogen ons ook nog over het Rolstoelpad. Het Lauwersmeergebied is een vogelgebied, en we ontdekten veel nestkastjes, beklommen uitkijktorens en wezen elkaar op gevleugelde vrienden.
Na het eerste bos gerond te hebben (Konijnenpad en Observatietorenroute, het Ballastplaatbos) stuitten wij tot onze grote schrik op een nieuw bos van bungalowtjes. Allemaal hetzelfde en netzo lelijk. Ze hadden ook bijna allen een klein schuttinkje aan het terrasje, en schotelantennes. Dit zodat de mensen in de zomer uit de wind buiten tv konden kijken dachten wij.
Nadien werd ons uithoudingsvermogen nog verder getest op het rolstoelpad, dat ons onder een vreemd wit kunstwerk doorleidde. Herboren door de stargate betraden wij het Lauwersoogbos. Daar zagen wij door de routes de weg niet meer, en we verwarden het Ochideeënpad met de Marneroute. Ach en wee, kwam het nog goed met ons…
Ja. Want tussen de rechte rijen van aangeplante bomen zagen wij het volgende pad: het Lauwerspad. Deze leidde ons weer langs een bungalow park, deze keer met verschillende architectuur. Meer afwisseling, nog lelijker. Een huisje spande de kroon met een identiek lelijk vogelhuisje in de tuin.
Daarna werd de wandeling alleen nog maar beter. Eerst de dikke truien test op de dijk. We konden onze armen laten rusten op de wind en we waren blij dat die mee was en niet tegen. Tussen de schapenkeutels daalden we weer af het Zuidwalbos. Hier bewonderden we de borden van het leger die waarschuwden voor het schietterrein. Op het bord stond dat het héééél gevaarlijk was als de rode lamp geplaatst was. Dat was hij, maar hij was niet aan dus we gingen toch maar. Met gevaar voor eigen leven doorstaken wij de vlakte waar de nationale reserve in elke duinpan op de loer kon liggen (de rest van het leger is in het weekend natuurlijk vrij).
Toen diende het laatste bos zich aan, doorploegd door tanks, compleet met een weg die door het water heen liep en waar de groenjassen konden oefenen met hun amfibievoertuigjes. Het Marnebos kent een rabbitfence waar volgens Hugo Aboriginals langs lopen om thuis te komen. Die middag waren we al vroeg uitgelopen (het was maar13 kilometer), en we vermoedden dat de bus om half vier ging, dus we trokken een wandelsprintje richting de vliegers die mensen oplieten op het veld bij de boswachterij.
Met Hugo, Harmen, Sjeed, Jacob en Jisk wachtten we op de bus. We maakten al plannen om de bus te missen en te gaan liften, maar het mislukte jammerlijk. Geen plaatselijke uitspanning bezocht hebbende haastten wij ons in Groningen naar O’ Ceallaigh. Daar is het op zondag oergezellig en de Guinness staat altijd klaar, maar je wordt wel langzaam weggepest door arrogante muzikanten. Maar wat is er nu heerlijker dan dit bruine gerstennat in het vermoeide lijf te gieten en langzaam weg te zakken in een lichte roes van vermoeidheid en alcohol……
Snurk
Judith en Janneke